Het wijnverhaal: Op bezoek bij Domaine Lerys

Juffrouw Adrienne Lerys sticht het domein in 1861 in het dorpje Villeneuve les Corbières. Net als vele anderen krijgt ze rond de eeuwwisseling af te rekenen met de wijnluis en de wijngaarden gaan verloren. Omstreeks 1905 plant ze nieuwe stokken aan, Franse soorten geënt op aan de luis immune Amerikaanse onderstokken. Dit perceel met ondertussen honderjarige planten bestaat nog steeds en draagt bij tot de opmerkelijke, pittige wijnen van  het domein.

In 1948 stopt juffrouw Lerys met de eigen vinificatie en kiest voor de coöperatieve. In 1977 neemt de familie Izard het roer in handen en kiest opnieuw voor de zelfstandige wijnbouw. In 1994 brengen ze hun eerste product op de markt en in 2005 vervoegt hun flamboyante zoon Alban hen in het bedrijf.

 

Albans groet schalt door de straat wanneer hij Kurt Impens herkent. We zijn bienvenue en worden binnen genodigd in de kleine winkel. Nog geen minuut later staan we weer buiten, we gaan eerst de wijngaarden bezoeken. De bescheiden 4x4 zoemt over het asfalt terwijl Alban expressief verslag doet van het bedrijf en de wijnbereidingen. Dan gooit hij het stuur om en duiken we de wijngaard in. Druk wijzend en gebarend hobbelt hij met ons over de schistueuze bodem tussen de wijnranken. De planten hebben een opvallend ruwe, knoestige bast.

Wanneer hij halt houdt bovenop een heuvelkam stappen we uit. ‘Straf,’ verzucht Kurt, ‘ik had geen weet van deze vallei.’

 

De wijngaarden flankeren met hun keurige rijen de nabijgelegen heuvels. Nergens is er een vlakke lijn te bekennen, het landschap golft als een onrustige oceaan, verder weg barst hier en daar de ondergrond door de garrigue, groene tinten worden afgewisseld met grijze en bruine. Het wolkendek dat ons vandaag voor de brandende zon behoedt voegt het nodige drama toe. Alban wijst naar de stenige, dorstige grond. ‘Sinds begin juni hebben we geen druppel regen meer gehad. Op deze hoogte zitten de wortels van de wijnstokken meer dan veertig meter diep en ze bieden het hoofd aan de droogte, maar intussen vielen de beken droog en hebben de lager gelegen wijngaarden het moeilijker dan ooit.’

 

We luisteren met ontzag. Bijna alles gebeurt met de hand, de steile hellingen maken het werk zwaar. Lange dagen zwoegen voor een opbrengst van 25hl per hectare. Irrigeren zou niet verantwoord zijn, in het dorp zijn er nu al onderbrekingen in de watertoevoer. Op de terugweg stopt Alban nog even bij de oudste wijngaard en vertelt over de dame die hem meer dan eeuw geleden aanplantte. Onder de indruk kijken we naar de wijnsenioren. Daar lusten we wel een slokje van.

 

Terug in de winkel krijgen we het hele gamma voorgeschoteld. Alban verbaasde ons met zijn wijngaarden en doet dat opnieuw met zijn bereidingen. De kwaliteit van de geproefde wijnen ligt ver boven onze verwachtingen. De vallei zit erin, net als het bloed, het zweet en de tranen. Ik krabbel in mijn notaboek in grote drukletters: ‘STAAL’. De wijn is koppig en tegelijk nobel. Wanneer we van de Cuvée ‘Elevé en Fûts de chêne’ proeven worden we lyrisch. Alban verzet behulpzaam flessen, praat rad Frans met occitaanse tongval, beweegt soepel door de winkel. Maar het zijn zijn bedaarde aanvaarding en tevredenheid die hem typeren. Alban vragen of hij zijn werk graag doet is zoiets als de zon vragen of ze graag schijnt. Volgens Kurt heeft de man twee kinderen. Eigenlijk zijn het er drie.

 

Lees: Domaine Lerys kiest voor Vinum Broker